Dodenherdenking – Vier je mee?

De afgelopen jaren besteedde ik niet zoveel aandacht meer aan Dodenherdenking op 4 mei. Het is al zo lang geleden en de meeste mensen die het bewust hadden meegemaakt zijn al dood. Ik schaam me behoorlijk voor deze gedachten, ze zijn nogal kort door de bocht en oppervlakkig, maar eerlijk is eerlijk, zo dacht ik wel.
Tot vorig jaar.

Vorig jaar rond deze tijd was ik samen met Frank, mijn man, in Israël, het land waar ik woonde van mijn 11e-20elevensjaar. Op een ochtend vroeg reden we met de auto in de prachtige krater van Ramon in de Negev woestijn, we hadden de radio aan. Het viel me op dat er veel muziek werd gedraaid over liefde voor het vaderland, slachtoffers van oorlog en strijd, eenheid van het volk, dat soort zaken. Op zich is dat niet ongewoon in Israël, maar het was nu wel heel veel. Tot de sirene afging en ineens besefte ik, het was dodenherdenking die dag. We zette de auto aan de kant van de zandweg om een minuut stil te zijn.

Het sloeg in als een bom. De muziek die ik hoorde bracht me terug naar de tijd dat ik in Israël woonde tijdens de Libanon oorlog begin jaren 80. We woonden vlakbij de grens met Libanon, we zagen de tanks over de weg naar het noorden rijden en hoorden het gedreun in de verte. Ik zat op de middelbare school, docenten, vaders, broers werden opgeroepen naar het front. Soms konden we naar school, soms niet, angst en spanning waren voelbaar en het leven ging ook gewoon door.

Dodenherdenking in Israël maakte altijd diepe indruk op me. Er werd een lokaal ingericht als herdenkingsruimte met daarin foto’s van leraren en oud-leerlingen die op school hadden gezeten en gesneuveld waren tijdens een van de oorlogen. Op het schoolplein vond een grote herdenking plaats. Er werden gedichten voor gelezen, David Folken, mijn leraar literatuur, vertelde over zijn leven in Polen tijdens de 2ewereldoorlog en er werd muziek gemaakt. Ik speelde met mijn blokfluit mee in het orkest. Dat vond ik heel fijn en bijzonder om te doen. Het herdenken van de doden kwam hier heel dichtbij, het werd persoonlijk en het verdriet en de pijn voelbaar. Ik voelde ook de troost die er vanuit ging en de verbinding.

Ik was er lang niet geweest in Israël, bijna 20 jaar, maar ik pakte de draad zo weer op. In wezen is het land niet veel veranderd, de sfeer, de geuren, het temperament (ik gedij er goed ;-)), allemaal zo vertrouwd, ik voelde me er weer helemaal thuis. Wel voelde ik een verharding en zag ik meer extremisme. Jeruzalem was orthodoxer geworden, Tel Aviv nog linkser.  In gesprekken met Hadas, mijn middelbare schoolvriendin en haar vrienden merkte ik hoe moedeloos en verbitterd iedereen was geworden over de voortdurende conflicten in het land waar maar geen einde aan komt. Tali, een vriendin van Hadas, verpleegkundige, wilde helpen op de Westbank, maar mocht het gebied niet in omdat ze haar veiligheid niet konden garanderen. Goede, hoopvolle initiatieven worden tegengewerkt of zijn heel riskant en worden daardoor vaak verboden. Het land is een grote wond, een diep trauma, met ieder zijn eigen verhaal. En van daaruit reageren ze, vervormd, verhard, het wordt van kwaad tot erger, afschuwelijk! En ik kan het ook zo begrijpen. Het maakt dat het muurvast zit (letterlijk), de rek is eruit en er is weinig hoop. Zo pijnlijk en verdrietig.

“Dit mag nooit meer gebeuren!” wordt vaak gezegd in Nederland tijdens herdenkingen. En we denken, of hopen op z’n minst, dat wij het anders, beter zouden doen…  Vanaf een afstand wijzen we met onze vinger, zij (wij) zijn goed en zij zijn slecht. Het is zo makkelijk gezegd, we hebben geen idee waar we het over hebben. Ik kan er een beetje over meepraten en kan zeggen, de werkelijkheid is veel complexer en genuanceerder. Joel, een middelbare schoolvriend van mij, liep ooit met zijn legereenheid in Libanon, ze schoten een ‘terrorist’ dood. Hij was helemaal van slag. Joel is een hele lieve zachtaardige jongen die ook dit deed. De zoon van Tali zit in het leger, ze voelt hem harder worden. Haar hart huilt.  We denken in good guys en bad guys, slachtoffers en daders, helden en klootzakken, zwart en wit, alsof de mensheid uit twee categorieën bestaat, maar zo is het niet. We zijn het allebei, we hebben het allemaal in ons en we hebben geen enkel idee hoe we zouden reageren in momenten waarin het er echt op aan komt!

Sinds vorig jaar vier ik weer Dodenherdenking en dit jaar opnieuw. Ik sta stil bij het besef dat ik het allemaal in me heb, liefde en haat en alles er tussenin. Ik sta stil bij het besef dat ik een keuze heb tussen hart en hard. Ik sta stil bij de oordelen die ik heb over goed en kwaad in mezelf en in anderen. Ik sta stil bij mijn diepe overtuiging dat ieder mens, ja ieder mens, een ziel heeft, die zuiver, puur en liefdevol is en ik huil om wie afgesloten is geraakt van zijn ziel, verhard is en van binnen dood is. En ik wens uit de grond van mijn hart iedereen toe, ja iedereen, dat het goed met hem of haar moge gaan. Dit is hoe ik dodenherdenking vier.

Vier je met mij mee? Je bent van harte welkom bij ons thuis, in onze ruime huiskamer. Een viering met meditatie, zang, drum en wat verder ontstaat. Er is koffie en thee en wat erbij.

Zaterdag 4 mei vanaf 19:15u, Randenbroekerweg 68, Amersfoort.

Mail of bel me als je wil komen: blok.greet@gmail.com/ 06-22966043

met dank aan Anna

Met dank aan Anna

 Ik ben net thuis van een indrukwekkende reis naar Israël, het land waar ik 9 jaar woonde vanaf mijn 11e levensjaar. Het was bijna 20 jaar geleden dat ik er voor het laatst was.

Een van de momenten die me geraakt heeft was tijdens ons bezoek aan Jeruzalem in de St. Anna-kerk (Anna, moeder van Maria). Een dierbare vriend had me gewezen op deze plek en gezegd, ‘Greet, dit is echt een plek voor jou’ en gelijk had hij. Allereerst trof me de eenvoud van het gebouw, het licht en de stilte en dat middenin de drukte van de oude stad in Jeruzalem. Maar waar deze plek vooral om bekend staat is de prachtige akoestiek, een plek die wel heel nadrukkelijk uitnodigt tot zingen…

 Toen Frank, mijn man en ik binnen liepen hoorde we gezang. Het klonk prachtig uit 2 kleine boxjes, althans dat dacht ik, maar het bleken 2 mensen te zijn die stonden te zingen voor het altaar. We zaten een tijdje te luisteren tot ze stopten. Toen stootte Frank mij aan, zullen we ook? Oef, dat vond ik wel heel spannend, bovendien was ik nog behoorlijk onder de indruk van het prachtige gezang van daarvoor. Maar het kriebelde wel. Op een gegeven moment begon ik zachtjes te neuriën. Het klonk gelijk, maar het bleef heel spannend. Op dat moment kwam er een grote groep mensen binnen. Ze gingen recht voor ons staan, nog net niet op mijn tenen, maar het scheelde niet veel. Ik voelde me letterlijk van mijn plek geduwd en schoof een stukje opzij. Het was toen net alsof Anna zelf mij influisterde, ‘Greet, dit is vast niet je bedoeling’.

De grote groep zong een lied in een taal die we niet verstonden en ging weer. De plek was weer vrij en Frank en ik schoven  terug. Ik zei tegen mezelf ‘oké Greet, ga!’, en tegen Frank, ‘oké, zullen we?’ Vanaf dat moment ging het vanzelf, het een na het andere lied borrelde op en we zongen werkelijk van alles. De ruimte werd een synagoge, een kerk, een tempel, de natuur en ons gezang zwol aan in canon, meerstemmig en vooral heel erg samen, zo ontzettend fijn! Toen we klaar waren zaten we nog een tijdje stil na te genieten.

Ineens viel mijn blik op een ster in de marmeren vloer, precies in het midden van de kerk. Ik moest er gewoon gaan staan. En daar zong ik helemaal alleen het laatste lied.

Confrontatie met m’n dragen

‘Confrontatie met mijn draken’

Iedere vrijdagochtend ga ik naar Zumba op de sportschool. Mensen die mij kennen weten dat dansen een grote passie van mij is, dus er moet heel wat gebeuren wil ik het overslaan. Wat het extra leuk maakt is dat ik er iedere keer een stel fijne vrouwen ontmoet, met wie ik na de zumba uitgebreid aan de koffie zit en dan bespreken we de dingen van ons leven.
Zo kwamen we er vandaag achter dat de meeste van ons het in deze tijd van het jaar wat moeilijk hebben. Ik merk dat zelf ook. Ik slaap minder goed en er komen allerlei thema’s langs die ik al zo lang ken. Zucht. Een goeie bekende is bijvoorbeeld dat ik na iets heel fijns en bijzonders, naderhand eerst heel enthousiast ben en in mijn element en dat daarna de twijfel toeslaat. Dat had ik bijvoorbeeld na mijn feest en ook na een workshop. Helemaal blij en dan ineens ‘o jee, wat heb ik gedaan?’ en dan is het helemaal mis, dan word ik kritisch en hard naar mezelf, echt heel naar. Daar vertelde ik dus over vandaag aan de koffie. Oh, zei een van de vrouwen, dat hoort echt bij de tijd van Michael, dan kom je al je draken tegen die je moet verslaan. Nou, dat was een hele geruststelling. Het klopt dus, ik klop dus… 😉

Maar wat helpt nou in deze tijd? Daar had ze gelukkig ook antwoord op: Vertraag, doe het rustig aan en neem stap voor stap, blijf bij datgene waar je op dat moment mee bezig bent. Ja mooi, daar kon ik wat mee en ik had ook al gemerkt dat het me hielp. Later op de dag kreeg ik van dezelfde vrouw nog een mail over Michael en deze tijd van het jaar met dit mooie gedicht:

Natuur, uw moederlijke zijn,
Ik draag het in mijn wilswezen
En de vuurmacht van mijn wil
Staalt de drijfveren van mijn geest,
Opdat zij zelfgevoel baren
Om mij in mijzelf te dragen.

Nadat ik dit las zag ik ineens dat ik uit mezelf al precies dat deed wat mij zo helpt in deze tijd en dat is contact maken met de natuur, herfsttakken in een vaas, mijn kopjes koffie buiten onder de tarp, ook als het regent en rustig aan doen. Het zijn zulke fijne momenten in mijn dag. Mijn eigen natuur weet wat goed voor me is, daar kan ik op vertrouwen!

Ik hoop dat je zonder al teveel kleerscheuren uit de strijd komt met je draken.